Menu

Textielvezels in permacultuur

textielvezelsEen kenmerk van permacultuur is: zo groot mogelijke variatie aan gewassen op een kleine oppervlakte. Elke gewas heeft meerdere functies. Vandaar dat we niet alleen aan ‘voedsel’ denken, maar ook aan andere manieren om gewassen te gebruiken. Zoals vezels voor textiel.

Wat voor vezels groeien hier?

Je kunt natuurlijk schapen houden. Maar laten we het nu hebben over vezels van planten. Van oudsher werden er in ‘de Lage Landen’ plantaardige vezels verbouwd en verwerkt tot kleding en huishoudtextiel. Daar is flink de klad in gekomen door eerst de katoen uit warmere landen en daarna de synthetische stoffen. Nu die materialen allerlei nadelen blijken te hebben is terugkeer naar de oude gewassen niet zo’n gek idee. Denk daarbij aan vlas, brandnetels en hennep. Alle drie doen het goed in dit klimaat. Alle drie leveren vezels voor soepele kleren, droogdoeken en beddengoed, maar ook voor stevig touw.

Meerdere functies

Brandnetels, vlas en hennep geven niet alleen textielvezels. Van brandnetels is bekend dat je er gezonde thee van kunt maken. De jonge topjes zijn lekker in soep en puree. Ook de zaadjes zijn eetbaar. Het zaad van vlas heet ‘lijnzaad’, dat kun je door je muesli doen (goed voor de stoelgang). Het wordt geperst tot olie, die in olieverf wordt verwerkt.

Bij ‘hennep’ denken velen aan ‘wiet’, maar dat is een andere variëteit dan vezelhennep. Hennepzaden worden ‘superfood’ genoemd, je kunt ze zelf eten of aan je kippen voeren (die dan weer gezonde eieren leggen). Hennep wordt, vooral in Flevoland, grootschalig geteeld. Die vezels worden industrieel verwerkt  in karton en isolatiemateriaal, of gebruikt op de vloer van een dierenverblijf. Vroeger was dit vooral de vezel om touw (voor schepen) van te maken.

Je eigen kleren groeien op je eigen land

Dat is wel wat optimistisch. Je hebt niet zomaar voldoende materiaal gekweekt voor een kledingstuk. En het materiaal heeft heel wat bewerkingen nodig voordat het draagbare kleding is. Maar stel dat je in je tuin een hoekje hebt waar (door de bodemgesteldheid) toch alleen maar brandnetels willen groeien … Eigenlijk zie je vrij vaak zulke hoekjes. Laat dan die brandnetels lekker uitgroeien! Oogst ze wanneer ze groot zijn. Daarna kies je of je ze zelf verder wilt verwerken, of je gaat op zoek naar iemand die dat graag doet.

Vlas groeit heel makkelijk op arme grond. Hoe dichter de plantjes op elkaar groeien, hoe langer ze worden … wat voor de vezels een voordeel is! Op een vierkante meter kun je veel vlasplanten kweken. Je geniet van het veldje wuivende stengels vol blauwe bloemetjes.

Spinnen, weven, en wat nog daarvoor komt

In plaatselijke historische musea staan soms apparaten waarmee vroeger vlas en brandnetels werden verwerkt tot bruikbare materialen. In Tilburg is het Textielmuseum. Via zo’n museum kun je in contact komen met mensen die weten hoe je met die apparaten moet omgaan. Er zijn ambachtelijke textielbewerkers die textielvezels verwerken tot eindproducten. Zij geven vaak ook cursussen, zodat je het zelf kunt leren doen.

Je kunt ook op zoek gaan op het internet. Korte filmpjes op youtube laten alles zien … maar zelf nadoen zal niet altijd zo makkelijk gaan. Hieronder een paar van die filmpjes:

Met dank aan Ruben Haan, Marijke Bongers, Inge Schuurmans en anderen voor de informatie die zij via de FB-groep Permanet (NL) doorgaven.

Geschreven door Inge Leonora-den Ouden, januari 2017

Save

Save

Save

Save

Save

Leave a Comment